Welke
leasevorm
past bij
mij ??
  • Van tot euro p/m

Jurisprudentie: Rittenregistratie oncontroleerbaar

Omdat de rittenadministratie niet nauwkeurig is bijgehouden, is deze volgens Hof Arnhem oncontroleerbaar en daarom minder sterk als bewijsmiddel. De opgelegde naheffingsaanslagen wegen privégebruik zijn derhalve terecht opgelegd.
Aan een werkneemster zijn in de periode januari 2006 tot november 2006 en november 2006 tot december 2007 door twee (opvolgende) werkgevers auto’s ter beschikking gesteld. Zij houdt wekelijks een rittenregistratie bij. Voor de ter beschikking gestelde auto’s heeft geen bijtelling bij het fiscale loon in verband met privégebruik plaatsgevonden.
Op 15 oktober 2006 en 4 maart 2007 is de aan haar ter beschikking gestelde auto op de weg gesignaleerd. De rittenregistratie vermeld op die dagen echter geen ritten. De inspecteur legt haar naheffingsaanslagen (inclusief boeten) op over de jaren 2006 en 2007 in verband met het privégebruik van de auto. In geschil is of deze naheffingsaanslagen terecht zijn opgelegd.
Als verklaring voor de ontbrekende ritten in de rittenregistratie geeft de vrouw in eerste instantie aan dat zij regelmatig op zondag werkt en deze uren en ritten waarschijnlijk niet altijd zijn opgeschreven. Later stelt zij dat zij op 15 oktober 2006 slechts een hele korte rit heeft gemaakt, uitsluitend om te tanken. De tank was namelijk nagenoeg leeg en zij moest de volgende morgen al vroeg op pad. Het hof constateert echter dat ook op 16 oktober 2006 geen rit in de rittenregistratie is vermeld. Voor wat betreft de rit van 4 maart 2007 stelt zij dat de laatste rit die in de rittenregistratie vóór 4 maart 2007 is vermeld, eigenlijk op 4 maart is gemaakt. Bij deze rit is geen bestemming vermeld. Het betrof hier, zo verklaart zij later, een privérit van 214 kilometer.
Uit de verklaringen van de vrouw concludeert het hof dat de rittenregistratie niet steeds nauwkeurig is bijgehouden. Voort constateert het hof dat in de rittenregistratie herhaalde malen de plaats van bestemming van een rit ontbreekt. Ook is nergens vermeld welke adressen en/of welke zakelijke relaties zijn bezocht. Dat maakt de rittenregistratie oncontroleerbaar en daarom minder sterk als bewijsmiddel. Dat de bezochte adressen af te leiden zouden zijn uit agenda’s en gespreksverslagen die zij bij haar werkgever heeft ingeleverd, doet daaraan niet af, nu het aan de werkneemster is om te bewijzen dat de auto niet of voor minder dan 500 kilometer voor privédoeleinden is gebruikt. Gelet op de genoemde gebreken in de rittenregistratie oordeelt het hof dat de vrouw met deze registratie niet heeft doen blijken dat de aan haar ter beschikking gestelde auto niet of voor minder dan 500 kilometer voor privédoeleinden is gebruikt. Zij heeft ook geen ander bewijs bijgebracht. Het hof concludeert dan ook dat de naheffingsaanslagen terecht zijn opgelegd.

Uit de feiten van de casus blijkt niet of de werkneemster over een ‘verklaring geen privégebruik auto’ beschikte. Dat dit waarschijnlijk wel het geval was blijkt uit het feit dat de naheffingsaanslag aan haar zelf is opgelegd en niet aan haar werkgevers. Is er immers een ‘verklaring geen privégebruik auto’ en blijkt deze achteraf ten onrechte te zijn afgegeven, dan wordt de werkgever in beginsel gevrijwaard en legt de Belastingdienst de naheffingsaanslag op aan de werknemer zelf. De Belastingdienst voert al geruime tijd controles uit op het onterecht privégebruik van de auto van de zaak. Dat doet zij onder andere door mobiele controleacties op drukbezochte locaties (meubelboulevards, bouwmarkten, festivals etc.) waarbij met behulp van ’slimme’ camera-auto’s kentekengegevens vergeleken worden met de verklaringen van ’geen privégebruik auto van de zaak’ die bij de Belastingdienst in de computer staan. Vervolgens wordt de werknemer gevraagd om inzicht te geven in de rittenregistratie. Hoogstwaarschijnlijk is een dergelijke controle de aanleiding gew